VIV ASIA 2019: Gratis Early Feeding Seminar

Op 12 maart wordt in aanloop naar VIV Asia in Bangkok het Seminar Early Feeding georganiseerd. Voor dit seminar is een sponsor gevonden, waardoor het seminar gratis toegankelijk is. Tijdens dit seminar zetten de VIV en Dineke Rietveld de Nederlandse pluimveesector in de spotlights. Dit seminar wordt van harte ondersteund vanuit het DPC.

Tijdens dit 1-daagse seminar schetst Ron Meijerhof – internationaal en onafhankelijk broederij-expert – de mogelijkheden én onmogelijkheden van early feeding. Daarnaast verzorgen HatchTech, Heering, Nestborn, Pas Reform, Petersime en Vencomatic een pitch, gevolgd door een paneldiscussie. Bart Janssen, vleeskuikenhouder uit Drenthe, zal speciaal voor dit seminar naar Bangkok komen om zijn ervaringen met home hatching en early feeding te delen.

Kijk voor meer informatie en registratie op: 

https://vivasia.nl/specials-and-side-events/seminar-early-feeding/

 

Boerderij Mereveld in Utrecht was op 9 januari opnieuw het trefpunt voor de  traditionele DPC-VIV Nieuwjaarsbijeenkomst. Het werd een gezellige aftrap van het nieuwe jaar.

DPC voorzitter Jan Wolleswinkel  keek samen met ruim honderd aanwezigen even terug op net afgelopen jaar Daarin bleef de fipronil crisis een belangrijk onderwerp. Vooral de vraag voor velen is wie voor de schade opdraait. Het lijkt er op dat de rechtbank hier uiteindelijk een uitspraak over zal moeten doen. Aan het begin van dit nieuwe jaar blijft de pluimveesector haar aandacht vooral richten op de ontwikkelingen rond de strafmaatregelen tegen Iran. Deze belangrijke markt was weer open om handel mee te drijven maar lijkt na de recente onthullingen over betrokkenheid van de Iraanse overheid bij moordaanslagen in Nederland weer op slot te gaan. Zorgen zijn er ook over het beleid van de Amerikaanse president Trump, maar nog meer over de gevolgen van een eventuele Brexit. “Is het debat in het Britse Lagerhuis over dit laatste politiek of theater?”zo vroeg Wolleswinkel zich af.

In eigen land staan we, volgens de DPC voorzitter, voor de grote vraag hoe we invulling kunnen gaan geven aan de opdracht van de Minister van Landbouw om meer uit te gaan van kringloop landbouw en minder afhankelijk te worden van de import van veevoeder grondstoffen. Dit onderwerp is uitvoerig besproken tijdens de eindjaarsbijeenkomst en zal nu verder door vertegenwoordigers uit de diverse geledingen van de Nederlandse landbouw verder moeten worden uitgewerkt. Belangrijk daarbij is welk duurzaam verdienmodel daarbij kan worden gevonden.

VNU Exhibitions beursmanager Ruwan Berculo wees de aanwezigen op de komende VIV-Asia. Deze vakbeurs in Bangkok, Thailand, is ondertussen een van de belangrijkste vakbeurzen voor de veehouderij in de wereld. Naast de gebruikelijke Netwerk-borrlel en Seminars gaat de VIV in samenwerking met het DPC veel aandacht vragen voor de Nederlandse pluimveeindustrie. Er zal met name veel aandacht zijn voor innovatie, waarbij 5 Nederlandse pluimveehouders worden ingevlogen om hen te laten vertellen hoe wij in Nederland deze uitdagingen tegemoet treden. Zij moeten het Nederlandse product op de kaart zetten en worden daarbij begeleid door frontvrouw Hennie de Haan.

Broiler Meat Signalen

Een bijzonder moment werd op deze Nieuwjaarsbijeenkomst ingeruimd voor de overhandiging van het eerste exemplaar van het boek ‘Broiler Meat Signals’ door de schrijvers Piet Simons en Wim Tondeur aan Gert Jan Oplaat, voorzitter van de Nepluvi. Dit boek is al de achtste loot in de serie pluimvee signalen uitgegeven door het DPC lid Uitgeverij Roodbont. Het boek beschrijft op een onderhoudende en goed geïllustreerde manier de productie van pluimveevlees van ei tot vlees (-producten). Oplaat nam het boek met graagte in ontvangst. Hij bestelde er gelijk maar 10 bij voor zijn relaties en riep de aanwezigen op het zelfde te doen. Uitgever Ton Van Schie bedankte de schrijvers voor hun tomeloze inzet om dit nieuwe boek er prachtig uit te laten zien met het overhandigen van een boeket bloemen.  

Na de toost op het nieuwe boek en het nieuwe jaar was er ruimschoots de gelegenheid voor alle aanwezigen, onder het genot van een hapje en drankje, om elkaar een goed Nieuwjaar toe te wensen en afspraken te maken voor een goede samenwerking.

DSCF7575

 

foto1

Dear partners and friends! 
We wish you a Merry Christmas and a Happy New Year!
May 2019 bring you prosperity and well-being, high-profile successes and sincere joy, new feats and accomplishments.

De toekomst van de Nederlandse landbouw wordt volgens de Minister van Landbouw bepaald door een betere beheersing van en balans tussen de in- en uitstroom van eiwitten en mineralen én het reduceren van de belasting op het milieu en woonomgeving.  Door kringlooplandbouw te omarmen ziet zij mogelijkheden. Tijdens de eindejaarsbijeenkomst van het DPC werd nader uitleggegeven over die mogelijkheden en ook de onmogelijkheden.

Met de recente presentatie van haar toekomstvisie “Nederland als koploper in kringlooplandbouw” heeft  Minister Schouten van LNV de landbouwsector aan het werk gezet. Ze wil er een beweging mee op gang brengen die er voor zorgt dat alle geledingen van agrarisch Nederland zich bewust wordt van het belang van een voedselproductieproces die een minimale belasting van het milieu vormt. Processen die maximaal gebruik maken van nabij verkrijgbare grondstoffen en een minimum aan reststoffen achter laten. Het DPC nam die uitdaging aan en liet drie inleiders tijdens de jaarlijkse eindejaarsbijeenkomst hun licht laten schijnen op de betekenis van circulaire voedselproductie voor pluimveesector.

Voorzitter Jan Wolleswinkel verwelkomde op donderdag 22 november een vijftigtal leden in De Westerbouwing in Oosterbeek om mee te denken over dit onderwerp. Als eerste inleider trad Mark de Bode op.  Als representant van het Ministerie van LNV zette hij uiteen wat de bedoeling van de minister is en hoe zij dat doel denkt te realiseren. Vooropgesteld, zo benadrukte De Bode, is het de minister te doen om de producenten niet nog meer te belasten, maar er voor te zorgen dat ze een eerlijke prijs voor hun producten krijgen. Het ministerie zal de noodzakelijke veranderingen voor zover mogelijk regisseren en faciliteren. Via gesprekken met belanghebbenden zal een plan van aanpak voor de realisatie van kringlooplandbouw moeten worden geformuleerd. Dat plan moet concrete doelen op specifieke thema’s (bodem, klimaat, mest, dierwelzijn, synergie landbouw en natuur, etc.) bevatten en moet begin 2019 gereed zijn.  De hamvraag hierbij volgens De Bode is: ‘Hoe gaan we de samenwerking in de voedselketen zo organiseren dat we over een aantal jaren trots aan de maatschappij kunnen laten zien dat we de kringloop in praktijk hebben gebracht. En meer nog dat we op een duurzame en emissie arme manier nog steeds lekkere en veilige producten voortbrengen en daarvoor ook de waardering krijgen’.

Brabant is te klein

Jan Buys, de tweede spreker, is in de provincie Brabant al een aantal jaren bezig met het terug dringen van emissie problemen en een visie te ontwikkelen voor het realiseren van circulaire landbouw.  De provincie wil snel naar een landbouw die geen schade toebrengt aan de bodem, de lucht, de natuur en de mens. Buys gaf daarbij aan dat de belangrijkste vraag is of we de landbouw  willen behouden en zo ja, dan moet we heel snel aan het werk en zorgen voor een maatschappelijke waardering. De uitdaging bij de kringlooplandbouw ligt naar zijn mening in het in balans brengen van vraag en aanbod. Buys: “We hebben ons in Brabant goed gerealiseerd dat de provincie een te klein gebied is om de kringloop visie op los te laten, wellicht moeten we ons daarbij richten op Noordwest Europa of een nog groter gebied.” De pluimveehouderij doet het volgens Buys goed op het gebied van dierenwelzijn, CO2-footprint en innovatie, maar heeft nog uitdagingen met betrekking tot fijnstof en geur alsook de afhankelijkheid van soja importen en de circulariteit ten aanzien van mest.

Lekken verhinderen circulariteit

Bij de voornoemde uitdagingen kan Theun Vellinga van Wageningen Universiteit en Research, de derde spreker, zich wel aansluiten. In Europees verband zal volgens hem meer moeten worden gedaan om minder afhankelijk te worden van de import van eiwitbronnen door meer zelf te gaan produceren. Dat kan door meer braakliggend land te benutten, de productiviteit van eiwithoudende gewassen te verbeteren, reststromen zoals diermeel en swill toe te laten, en de inzet van synthetische aminozuren en algen en zeewieren te vergroten.

 Hij plaatst echter nog al wat kanttekeningen bij de agrarische kringloop gedachte omdat de consumenten stromen niet meedoen en daarmee een lek in het systeem veroorzaken.  De in- en uitstroom van eiwitten en mineralen voor de landbouw  is redelijk te controleren, maar zodra de uitstroom in de consumentenstroom over gaat is er weinig zicht op waar die eiwitten en mineralen vervolgens naar toe gaan en of (en in welke mate) die terugvloeien in de kringloop. Daarmee, zo stelde Vellinga, kan de landbouw nimmer circulair zijn.

Willen we toch vooruitgang boeken op het gebied van circulariteit dan, zo benadrukt hij, zullen we met zijn allen de kringloop in omgekeerde volgorde moeten gaan benaderen. Met dat achteruit denken krijgen de leveranciers de opdracht om eisen te stellen aan de circulariteit en footprint van de aan hen geleverde grondstoffen. Pas dan kunnen veehouders via hun inkoopvoorwaarden de stikstof en fosfor benutting optimaliseren.

De inleidingen gaven voldoende stof tot discussie en zoals Jan Wolleswinkel in zijn bedank en slotwoord zei: “Voldoende stof tot nadenken en er is veel werk aan de winkel.”  De eindejaarsbijeenkomst werd afgesloten met een gezellige nakout  en een uitnodiging voor de Nieuwjaarsborrel op woensdag 9 januari in Boerderij Mereveld in Utrecht.

 

De pluimveemarkt in India is volop in beweging. Kijkend naar de toekomst liggen daar vele mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen. De binnenlandse markt is vertoont een sterk groei mede omdat de overheid in zet op zelfvoorziening. Voor veel bedrijven liggen er kansen maar verwacht niet dat je er snel zaken kunt doen.

Wie geduld heeft in zaken doen heeft goede kansen om succesvol te zijn in India. Dat bleek tijdens het rondetafel gesprek op 27 september in het Poultry Expertise Centrum in Barneveld. Deze bijeenkomst voor DPC-leden was belegd in samenwerking met het Nederlands Business Support Office (NBSO)  in Hyderabad, India. Dit bureau heeft in opdracht van het DPC een strategie geschreven over hoe de Indiase markt het best benaderd kan worden om succes te hebben. De Trade and Investment Commissioner van het NBSO, de heer Ajay Justin Odathekal, presenteerde het rapport en schetste  de grote mogelijkheden die het immens grote land India te bieden heeft, zeker op het gebied van de pluimveehouderij. Het land heeft 1,33 miljard inwoners en is wat de dierlijk eiwit behoefte betreft vooral aangewezen op vis en pluimvee. De Indiase economie groeide vorig jaar met 6,7 procent en zal naar verwachting dit jaar 7,3 procent bedragen.

Zelfvoorziening

In India is de consumptie van eieren per hoofd van de bevolking de afgelopen 5 jaar gestegen van 30 naar 68 eieren per jaar en de consumptie van pluimveevlees steeg van 400 naar 2500 gram per jaar. Voedingsdeskundigen adviseren echter een minimum van 180 eieren en 2500 gram vlees voor een gezond volwassen mens.  Op dit moment ligt de jaarlijkse pluimveevleesproductie van India ligt op ongeveer 3,8 miljoen ton(3000 slachtkuikens) en de eierenproductie op 88,1 biljoen stuks ofwel bijna  4 miljoen ton van 260 miljoen leghennen. Deze volumes zullen door de toenemende welvaart en de groeiende midden klasse in de komende jaren sterk moeten groeien om aan de binnenlandse vraag te kunnen blijven voldoen, zo zei Dr. R.N. Chatterjee, directeur pluimveeonderzoek van het Indian Council for Agriculture Research (ICAR) in zijn presentatie. Hij benadrukt dat de Indiase overheid een sterke nadruk legt op zelfvoorziening en het stimuleren van backyard farming. Dat geldt zowel voor de voedsel- als wel voor de voervoorziening. Bovendien streeft ze naar het verdubbelen van de inkomens in de landbouw.  Het implementeren van nieuwe technologieën staat hoog in het vaandel van de overheid, maar merkt daarbij ook dat dierwelzijn en milieu niet uit het oog mogen worden verloren. De consumenten stellen meer en meer vragen en hebben zo hun eisen. Om aan een groeiende vraag te kunnen blijven voldoen zal meer kennis en ondersteuning nodig zijn. Dat biedt volgens Dr. Chatterjee vooral voor bedrijven actief op het terrein van voeding, gezondheid en huisvesting kansen.

Schakel locals in

Waar vele jaren terug de pluimvee-industrie zich het meest ontwikkelde in het Midden en Noorden van India zien we in de laatste decennia een verschuiving naar het klimatologisch mildere zuiden (Fig. 1 en 2) . Bij die ontwikkeling maken Indiase ondernemers graag gebruik van Nederlandse kennis. Vooral op het gebied van diervoeding scoren de Nederlanders goed om dat ze zeer goed ingewijd zijn in het gebruik van uiteenlopende  voergrondstoffen. Met die boodschap stak Selvan Kannan, voormalig directeur van Trouw Nutrition in India, de Nederlandse veevoer deskundigen een pluim op de hoed. Maar zei tegelijk dat men niet erg bereid is om voor die kennis te betalen, omdat de kosten veelal te hoog zijn.

Kannan benadrukte dat  India een continent is met 23 talen en veel dialecten. Elke regio heeft een andere cultuur en daarom moet je de locale business taal en gewoonten kennen voordat je er zaken kunt doen. Het kopiëren van strategieën van het ene land of streek naar het andere gaat niet werken, en daarom is het zinvol om locals in te schakelen bij het ontwikkelen van nieuwe markten. Accepteer daarbij dat ‘ja’ niet altijd ‘ja’ is en dat een contract altijd beschouwd wordt als een document dat veranderd kan worden. Het meest belangrijk voor zaken doen in India is volgens Kannan is dat je gebruik maakt van een boekhouder die zowel de Indiase wet als de Nederlandse wet kent. Daarnaast moet je je goed verdiepen en de werkelijke vraag van de klant en bereid zijn jouw service en producten aan te passen aan de locale condities. Let wel, zo beklemtoonde hij, India biedt vele kansen, maar neem de tijd en verwacht geen snel succes.

Figuur 1: De vleeskuiken productie In India is merendeels geconcentreerd in 5 deelstaten, samen hebben ze >50% van de nationale productie

 

Figuur 2: De eierenproductie in India is merendeels geconcentreerd in 3 deelstaten, samen hebben ze 50%+ van de totale productie

©2015 Dutch Poultry Centre